ECLI:NL:RVS:2014:3510
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor paardenbak ondanks beroep over landschappelijke waarden
Het college van burgemeester en wethouders van Nuth verleende een omgevingsvergunning voor het realiseren van een paardenbak en aanverwante grondwerken op een perceel in [plaats]. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde onder meer dat de landschappelijke waarden onevenredig worden aangetast en dat de vergunning onvolledig is omdat geen voorschrift is opgenomen voor het verwijderen van een bestaande paardenbak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet in strijd met de Awb heeft gehandeld door niet alle stukken te overleggen, en dat het college terecht heeft geoordeeld dat de paardenbak de landschappelijke waarden niet onevenredig aantast. Het rapport van een landschapsarchitect, dat appellant aanvoerde, was onvoldoende omdat het onjuist toetsingskader hanteerde en onjuiste uitgangspunten bevatte.
Verder stelde de Afdeling vast dat het voorschrift in de vergunning dat de bestaande paardenbak buiten gebruik moet worden gesteld voldoende waarborg biedt en dat het college geen voorschriften hoeft te verbinden aan activiteiten die op grond van het bestemmingsplan zijn toegestaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt bevestigd.