ECLI:NL:RVS:2014:3507
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens geweldsincident
De korpschef heeft bij besluit van 12 maart 2013 de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten ingetrokken vanwege een incident op 17 februari 2013 waarbij appellant een man met een gebalde vuist in het gezicht zou hebben geslagen. Dit leidde tot een bloedneus bij de man. Appellant betwistte het incident en stelde dat hij de man slechts had weggeduwd na bedreigingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overwoog dat het proces-verbaal, dat door twee verbalisanten was opgemaakt, betrouwbaar is en dat de verklaringen van appellant en derden onvoldoende waren om hiervan af te wijken.
Verder werd meegewogen dat appellant eerder betrokken was bij een vechtpartij waarbij hij had doorgeslagen, wat het gevaar voor herhaling vergroot. De intrekking van de toestemming werd als proportioneel beoordeeld, mede omdat appellant geen omstandigheden had aangevoerd die het onevenredig nadeel van intrekking zouden aantonen.
De Afdeling concludeert dat de korpschef terecht van de juistheid van het proces-verbaal is uitgegaan en dat het besluit tot intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten wordt bevestigd wegens het toepassen van onterecht geweld.