ECLI:NL:RVS:2014:3495
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing Nederlanderschap appellant
Appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar dit verzoek werd op 13 april 2012 door de minister van Binnenlandse Zaken afgewezen. Tegen dit besluit verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond en bevestigde de rechtbank deze afwijzing op 30 oktober 2013. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat bij besluiten van gelijke strekking als eerdere afwijzingen, zonder nieuwe feiten, omstandigheden of relevante wetswijzigingen, geen toetsing door de bestuursrechter plaatsvindt. In deze zaak was het besluit van 22 februari 2013 gelijk aan een eerdere afwijzing van 23 januari 2007. Appellant bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
Daarom is het hoger beroep gegrond, wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en wordt het beroep alsnog ongegrond verklaard. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank is vernietigd en het beroep van appellant is alsnog ongegrond verklaard.