ECLI:NL:RVS:2014:3494
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over verstrekking politiegegevens en openbaarmaking ambtenaarsnaam
In deze zaak hebben appellanten verzoeken ingediend tot verstrekking van politiegegevens en openbaarmaking van documenten met betrekking tot een aangifte en onderzoekshandelingen. De korpschef heeft deze verzoeken deels geweigerd op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de gevraagde gegevens politiegegevens zijn en dat appellanten niet tot de kring van personen behoren aan wie deze gegevens verstrekt moeten worden. Wel vernietigt de Afdeling het besluit van de korpschef om de naam van de ambtenaar die een brief namens de korpsbeheerder heeft ondertekend niet openbaar te maken, omdat dit geen politiegegeven is en openbaarmaking geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer.
Verder verklaart de Afdeling het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk wegens prematuriteit. De Afdeling gelast de korpschef om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak de naam van de ambtenaar alsnog openbaar te maken. Daarnaast worden proceskosten toegekend aan appellanten. Het incidenteel hoger beroep van de korpschef wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt delen van de rechtbankuitspraak, gelast openbaarmaking van de naam van een ambtenaar binnen vier weken en wijst het incidenteel hoger beroep van de korpschef af.