ECLI:NL:RVS:2014:343
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bouwvergunning wegens onjuiste opgave niet gegrond
Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten trok op 18 juni 2012 een eerder verleende bouwvergunning in, omdat volgens het college onjuiste of onvolledige gegevens waren verstrekt over de arbeidsbehoefte van het agrarisch bedrijf. De vergunning betrof het bouwen van een tweede bedrijfswoning op een perceel. De appellant stelde dat zij het college bij de aanvraag in kennis had gesteld van een voorgenomen bedrijfsomzetting en de daarbij behorende arbeidsbehoefte, onderbouwd met een advies van een accountant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders. De Afdeling stelt dat voor intrekking wegens onjuiste opgave vast moet staan dat de vergunning juist vanwege die onjuistheid is verleend. Omdat appellant het college tijdig en adequaat had geïnformeerd over de bedrijfsomzetting en de benodigde arbeidskracht, is niet gebleken dat de vergunning onjuist is verleend.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee wordt de intrekking van de bouwvergunning onterecht bevonden en wordt de vergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bouwvergunning wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen.