ECLI:NL:RVS:2014:3427
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod vreemdeling ondanks zwakbegaafdheid en persoonlijke omstandigheden
De staatssecretaris vaardigde op 3 mei 2013 een inreisverbod van tien jaar uit tegen de vreemdeling, die meerdere veroordelingen voor ernstige misdrijven heeft. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Raad van State overweegt dat de staatssecretaris de individuele omstandigheden, waaronder de zwakbegaafdheid van de vreemdeling, in samenhang heeft beoordeeld. De vreemdeling kon niet aannemelijk maken dat hij in Suriname geen hulp kan krijgen, ook al is hij sinds zijn jeugd in Nederland. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met deze belangenafweging.
De Raad van State oordeelt dat het algemeen belang van openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van de vreemdeling bij het onderhouden van familiebanden in Nederland. De aangevoerde jurisprudentie van het EHRM biedt geen grond voor een ander oordeel.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris heeft het besluit dus terecht gehandhaafd.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.