ECLI:NL:RVS:2014:3422
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering
De staatssecretaris wees op 7 november 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat de bekering tot het christendom niet geloofwaardig werd geacht. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet in redelijkheid aan de ongeloofwaardigheid van de bekering van de familie van de vreemdeling kon verbinden dat ook de bekering van de vreemdeling zelf ongeloofwaardig zou zijn. Tevens werd geoordeeld dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de vaste gedragslijn van de staatssecretaris omtrent het onderzoek naar geloofsovertuiging en dat de vreemdeling onvoldoende inzicht had gegeven in zijn motieven en het proces van bekering.
Verder werd vastgesteld dat verklaringen van kerkelijke instanties niet doorslaggevend zijn en dat het beroep van de vreemdeling op Facebook-activiteiten en het UNHCR-rapport onvoldoende was onderbouwd om een risico bij terugkeer aan te tonen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.