ECLI:NL:RVS:2014:337
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D. Krokké
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag extra uren rechtsbijstand in cassatiezaak afgewezen wegens gebrek aan juridische complexiteit
Bij besluit van 27 augustus 2012 wees de Raad een aanvraag van appellante af voor vergoeding van tien extra uren rechtsbijstand in een cassatiezaak. De aanvraag werd ook na bezwaar en beroep door de rechtbank Oost-Brabant ongegrond verklaard. Appellante stelde dat de cassatiezaak vanwege de omvang van het cassatieschriftuur en de behandeling van complexe rechtsvragen recht gaf op extra uren.
De Raad van State oordeelde dat de Raad bij de beoordeling van de aanvraag een zekere beoordelingsvrijheid toekomt en dat de rechtbank deze terughoudend heeft getoetst. Volgens de Leidraad Bewerkelijke Zaken 2008 is juridische complexiteit alleen aan te nemen bij bijzondere rechtsvragen die zelden voorkomen en veel extra tijd vergen. De Raad vond dat de aangevoerde rechtsvragen over het bewijsstelsel en de leerstukken noodweer en noodweerexces niet zodanig bijzonder waren en dat de omvang van het cassatieschriftuur op zichzelf onvoldoende was.
Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalde, omdat de beoordelingsvrijheid van de Raad passend is en de rechter deze adequaat heeft getoetst. Het betoog dat de Raad onvoldoende deskundigheid heeft om de aanvraag te beoordelen werd eveneens verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor extra uren rechtsbijstand wordt afgewezen wegens gebrek aan juridische complexiteit.