ECLI:NL:RVS:2014:3323
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij besluit van 18 januari 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij een besluit van 27 september 2013 opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd. De belangenafweging van de minister, waarbij hij zwaarder woog dat de vreemdeling strafrechtelijk was veroordeeld en het ging om een eerste toelating tot Nederland dan de belangen van het gezinsleven, was niet onredelijk.
De Raad van State stelde vast dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken en dat het besluit niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het gezinsleven buiten Nederland mogelijk is en dat de omstandigheden van de zaak anders waren dan in vergelijkbare jurisprudentie. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.