ECLI:NL:RVS:2014:3301
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling asielverblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 28 juni 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 november 2013 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, met de opdracht tot hernieuwde besluitvorming.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de staatssecretaris over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas onvoldoende had gemotiveerd. Volgens vaste jurisprudentie moet het oordeel van de staatssecretaris terughoudend worden getoetst en geldt dat hij de verklaringen van de asielzoeker in beginsel geloofwaardig acht, tenzij positieve overtuigingskracht ontbreekt.
Voorts vond de Afdeling dat de rechtbank onterecht niet zonder nadere motivering het standpunt van de staatssecretaris kon volgen dat aan de door de vreemdeling overgelegde fatwa niet de door hem gewenste betekenis toekomt, mede gezien het ontbreken van vaststelling van authenticiteit.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.