ECLI:NL:RVS:2014:3275
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens risico detentie bij overdracht aan Malta
De vreemdeling diende op 13 februari 2013 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 21 februari 2013 af, omdat Malta op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling van het verzoek. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij het risico loopt gedetineerd te worden bij overdracht aan Malta, omdat hij met valse papieren het land zou hebben verlaten. De voorzieningenrechter had dit risico niet aannemelijk geacht, mede omdat geen sprake was van ontsnapping uit detentie of gebruik van valse papieren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van de vreemdeling niet aannemelijk zijn.
Op basis van het rapport van Pro Asyl en de verklaringen van de vreemdeling over het gebruik van een vals paspoort, concludeert de Afdeling dat het risico op detentie niet kan worden uitgesloten. Daarom vernietigt de Afdeling het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op detentie bij overdracht aan Malta.