ECLI:NL:RVS:2014:3258
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en afwijzing schorsing uitzetting
De staatssecretaris heeft op 30 april 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 13 juni 2014 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om haar uitzetting te schorsen. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek tot schorsing beoordeeld.
De vreemdeling voerde aan dat zij als alleenstaande vrouw niet terug kan keren naar Afghanistan, haar land van herkomst. Dit werd echter niet als voldoende grond gezien om de rechtmatigheid van de uitzetting in twijfel te trekken. De voorzitter oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is, bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schorsing van de uitzetting af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek tot schorsing van de uitzetting af.