ECLI:NL:RVS:2014:3253
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
De vennootschap onder firma heeft bij besluit van 10 april 2013 een boete van € 8.000,00 opgelegd gekregen wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Nadat bezwaar en beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard, is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vennootschap verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening te treffen, waarbij de rechtsgevolgen van het boetebesluit zouden worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist. Zij stelde dat zij de boete niet kon betalen en wees op een aanmaning met een betalingstermijn tot 26 juli 2014.
De voorzitter oordeelde dat de vennootschap geen actuele financiële gegevens had overgelegd waaruit een financiële noodsituatie bleek indien de boete niet werd opgeschort. Uit de aanmaning, bankafschriften, facturen en betalingsregelingen bleek dit evenmin. Hierdoor was het spoedeisend belang niet aangetoond en werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.