ECLI:NL:RVS:2014:3188
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bezwaar en niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan belang bij vergunning geitenhouderij
Bij besluit van 17 december 2012 verleende het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aan Optiveco V.O.F. voor een geitenhouderij aan de Rapperdsweg 1 te Ambt Delden. Appellanten A, B en C maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 18 juli 2013 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelden zij beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellant C geen belanghebbende is bij het besluit, omdat hij op ruime afstand woont en geen milieugevolgen ondervindt. Daarom is het besluit op zijn bezwaar ten onrechte genomen en wordt dit vernietigd. Zijn bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van appellanten A en B wordt ongegrond verklaard omdat de ingeroepen normen van de Natuurbeschermingswet 1998 niet strekken tot bescherming van hun belangen gezien de afstand tot beschermde natuurgebieden.
Het verzoek van appellanten A en B om vergoeding van kosten in bezwaar wordt afgewezen omdat het besluit niet is herroepen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit voor zover het gaat om appellant C.
Uitkomst: Het beroep van appellant C wordt gegrond verklaard en zijn bezwaar niet-ontvankelijk; het beroep van appellanten A en B wordt ongegrond verklaard; het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.