ECLI:NL:RVS:2014:3156
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod
Bij besluit van 7 mei 2014 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte toepassing had gegeven aan artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het beroep tegen het terugkeerbesluit en het beroep tegen de maatregel van bewaring nagenoeg gelijktijdig waren ingediend en samen behandeld werden. Volgens de vreemdeling had hij de gronden ter zitting mogen indienen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank heeft miskend dat de gronden ter zitting mochten worden ingebracht en dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd de proceskostenvergoeding vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.