ECLI:NL:RVS:2014:310
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verbreking gezinsband wegens huwelijk vreemdeling
De minister van Buitenlandse Zaken wees een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af, omdat de vreemdeling volgens het aanvraagformulier getrouwd was en daarmee een eigen gezin had gevormd, waardoor de gezinsband met de referent was verbroken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst of de vreemdeling een eigen gezin had gevormd door haar huwelijk, wat de gezinsband zou verbreken. De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris zich terecht op dit standpunt baseerde, mede gelet op het aanvraagformulier en de Iraakse burgerlijke stand documenten, ondanks enkele inconsistenties.
De vreemdeling voerde aan dat het aanvraagformulier onjuist was ingevuld door een medewerker en dat de documenten en verklaringen van de referent de ongehuwdheid aannemelijk maakten. De Raad van State oordeelde echter dat de staatssecretaris de documenten en verklaringen voldoende kritisch had beoordeeld en dat het standpunt van de staatssecretaris gegrond was.
Daarom vernietigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat de gezinsband is verbroken door haar huwelijk.