ECLI:NL:RVS:2014:3084
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
Bij besluit van 13 mei 2013 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde hem een vertrektermijn op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast vaardigde de staatssecretaris op 23 januari 2014 een inreisverbod uit en droeg de vreemdeling op de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. De Afdeling verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het onmiddellijke vertrekbesluit, omdat dit geen besluit in de zin van de Awb betreft. Het beroep tegen het inreisverbod werd inhoudelijk behandeld.
De vreemdeling stelde dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om individuele omstandigheden aan te voeren tegen het inreisverbod en dat hij niet was bijgestaan door een rechtsbijstandsverlener tijdens het gehoor. De Afdeling oordeelde dat het gehoor correct was aangekondigd, dat de vreemdeling voldoende gelegenheid had gehad om zijn omstandigheden naar voren te brengen, en dat de afwezigheid van een rechtsbijstandsverlener geen schending van zijn belangen opleverde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep tegen het inreisverbod ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod bevestigd.