ECLI:NL:RVS:2014:3073
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving als beëdigd tolk Nederlands-Koerdisch op Uitwijklijst
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de minister van Veiligheid en Justitie van zijn verzoek tot inschrijving als beëdigd tolk Nederlands-Koerdisch (Kermandji) op de Uitwijklijst. De minister stelde dat appellant niet had aangetoond het Koerdisch op minimaal B2-niveau te beheersen en onvoldoende punten had behaald op de vereiste competentiematrix.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich redelijk had opgesteld en dat de gestelde eisen niet onredelijk waren. De rechtbank verwierp het betoog van appellant dat het beleid ondeugdelijk was gemotiveerd en dat de toetsingsmogelijkheden voor het Koerdisch onvoldoende waren. De rechtbank stelde dat appellant gebruik had kunnen maken van toetsen van de Stichting Nationale Examens Vertaler en Tolk (SNEVT) om het vereiste niveau aan te tonen.
Appellant voerde aan dat de toetsingsmogelijkheden beperkt waren en dat de examinatoren van de SNEVT niet voldeden aan de eisen, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd. Ook het betoog dat het voor appellant onmogelijk was om punten te behalen op de competentiematrix faalde, omdat er voldoende opleidings- en werkervaringsmogelijkheden waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot inschrijving als beëdigd tolk Nederlands-Koerdisch op de Uitwijklijst wordt bevestigd.