ECLI:NL:RVS:2014:3044
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen intrekking verblijfsvergunning asiel wegens situatie in Libië
De staatssecretaris heeft bij besluit van 12 juli 2013 de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling, verleend op 14 januari 2009, met terugwerkende kracht ingetrokken en haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het intrekkingsbesluit ondeugdelijk was gemotiveerd, omdat de vergunning was verleend op basis van de algehele situatie in Libië en niet op het individuele asielrelaas van de vreemdeling. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen gerechtvaardigd vertrouwen kon hebben dat haar vergunning niet zou worden ingetrokken wegens de veranderde situatie in Libië.
Verder faalden de bezwaren van de vreemdeling tegen het ontbreken van documenten over haar reisroute en de vermeende tegenstrijdigheden in haar asielrelaas. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit niet in stand liet en bepaalde dat deze rechtsgevolgen volledig gehandhaafd blijven. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel blijven volledig in stand.