ECLI:NL:RVS:2014:2988
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraken en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af, waarna de vreemdeling beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde de besluiten en gaf de staatssecretaris opdracht een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraken.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 25 februari 2013 niet had betrokken in haar beoordeling en dat het gebrek aan motivering onterecht was vastgesteld. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraken van de rechtbank.
In inhoudelijke toetsing oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris een vaste gedragslijn toepast bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van een bekering, waarbij vragen worden gesteld over motieven, proces en kennis van geloofspraktijken. De Afdeling vond dat de staatssecretaris voldoende duidelijk had gemaakt hoe hij tot zijn oordeel kwam.
Verder oordeelde de Afdeling dat het verband dat de vreemdeling legt tussen zijn problemen in Iran en zijn bekering ongeloofwaardig is, mede omdat het asielrelaas over die problemen al als ongeloofwaardig was beoordeeld. Ook verklaringen van derden en Facebookpagina's konden de geloofwaardigheid niet aannemelijk maken.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.