ECLI:NL:RVS:2014:2964
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vervolg op afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod met proceskostenvergoeding
De staatssecretaris heeft de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenvergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het beroep.
De overige grieven van de vreemdeling werden verworpen omdat deze geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.431,00 en terugbetaling van het griffierecht van €239,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.