ECLI:NL:RVS:2014:2955
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde op 30 januari 2012 een boete van €8.000 op aan appellante wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtte.
Appellante betwistte het bewijs dat de vreemdeling zonder vergunning werkte, onder meer vanwege onduidelijkheid over de identiteit van de vreemdeling en de omstandigheden waaronder verklaringen werden afgelegd. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voldoende had aangetoond dat de vreemdeling werkzaamheden verrichtte en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er een vergunning was.
Verder verzocht appellante om matiging van de boete vanwege vermeende onbekendheid met de werkzaamheden van de vreemdeling en beperkte duur van de arbeid. De rechtbank vond echter dat appellante onvoldoende maatregelen had getroffen om overtreding te voorkomen en dat de arbeid niet van geringe omvang of eenmalig was, zodat matiging niet op zijn plaats was.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.