ECLI:NL:RVS:2014:2945
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen afwijzing schadevergoeding inreisverbod en paspoortinname
Op 10 september 2012 wees de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een verzoek van appellante om schadevergoeding af. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die haar beroep op 22 november 2013 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde zij hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van het verzoek om vergoeding van schade als gevolg van de inname van het paspoort, omdat de Vreemdelingenwet 2000 dit hoger beroep uitsluit. Voor het overige is het hoger beroep ongegrond en bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling overweegt dat het terugkeerbesluit en inreisverbod van 23 februari 2012 onrechtmatig waren en ingetrokken. Proceskostenvergoeding werd reeds aangeboden en geaccepteerd, waardoor geen aanvullende vergoeding via schadebesluit mogelijk is. Emotionele schade is niet aannemelijk gemaakt en overige kosten zijn onvoldoende toegerekend aan het besluit. Daarom bestaat geen aanleiding tot vergoeding.
De Afdeling wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen en rechtbankuitspraak bevestigd; geen schadevergoeding toegekend.