ECLI:NL:RVS:2014:2914
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-naleving tolkvoorschriften
De staatssecretaris heeft op 7 mei 2014 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 2 juni 2014 en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht samen met de vreemdeling om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van 7 mei 2014 van gelijke strekking was als eerdere afwijzingen en dat toetsing door de bestuursrechter alleen mogelijk is indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd.
De vreemdeling had een doopcertificaat overgelegd dat als nieuw feit werd aangemerkt. Tevens was vastgesteld dat de staatssecretaris tijdens het gehoor geen beëdigde tolk gebruikte en dit niet schriftelijk en gemotiveerd had vastgelegd, wat een schending van artikel 28 Wbtv Pro inhoudt.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter, wees de verzoeken om voorlopige voorziening af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €487,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.