ECLI:NL:RVS:2014:2907
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over verlenging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 13 mei 2014 verlengde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de vrijheidsontnemende maatregel tegen de vreemdeling met maximaal twaalf maanden. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze verlenging, waarop de rechtbank Den Haag op 26 mei 2014 het beroep gegrond verklaarde en de maatregel ophefte. Tevens kende de rechtbank de vreemdeling een schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in. Hij betoogde dat hij reeds bekend was met de psychische gevolgen van de maatregel voor de dochter van de vreemdeling en dat deze situatie daarom niet opnieuw in de belangenafweging hoefde te worden betrokken. De vreemdeling had echter een zienswijze ingediend met een brief van een orthopedagoog, die niet in het verlengingsbesluit was meegenomen.
De Afdeling oordeelde dat alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder de situatie van de dochter, opnieuw beoordeeld hadden moeten worden bij de verlenging. Omdat dit niet was gebeurd en het besluit onvoldoende was gemotiveerd, bevestigde de Afdeling het oordeel van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.