ECLI:NL:RVS:2014:2895
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens verblijfsgat in Nederland
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verlenen afgewezen omdat appellant niet onafgebroken gedurende vijf jaar hoofdverblijf in Nederland had, vanwege een verblijfsgat van 22 maart 2010 tot 15 augustus 2011. Appellant voerde aan dat de bewijslast bij de staatssecretaris lag en dat de overgelegde bewijsstukken, waaronder een verklaring van zijn advocaat, onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen van onafgebroken hoofdverblijf bij appellant ligt en dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft verricht. De Afdeling bestuursrechtspraak sluit zich hierbij aan en stelt dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende objectief en specifiek zijn om het verblijfsgat te doorbreken.
Verder werd betoogd dat het verlengingsbesluit van de verblijfsvergunning reeds had vastgesteld dat appellant hoofdverblijf in Nederland had, en dat de staatssecretaris hiermee in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur handelde. De Afdeling bevestigt dat de staatssecretaris in de naturalisatieprocedure een zelfstandige beoordeling mag maken en dat de naturalisatieprocedure een eigen beoordelingskader kent.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd wegens verblijfsgat.