ECLI:NL:RVS:2014:2886
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen invordering dwangsommen wegens overtreding Wet bodembescherming
In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer besloten tot invordering van dwangsommen van in totaal €10.000 wegens het niet naleven van een last onder dwangsom die verband houdt met het herstellen van de leeflaag op een perceel te Bathmen, gelegen op een voormalige vuilstortplaats.
Appellant betoogde dat het college ten onrechte overging tot invordering, omdat er bijzondere omstandigheden zouden zijn die invordering geheel of gedeeltelijk zouden moeten voorkomen. Tevens stelde appellant dat het bedrag disproportioneel was en dat deels aan de last was voldaan, waardoor matiging van het dwangsombedrag op zijn plaats zou zijn.
De Afdeling oordeelt dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat de door appellant aangevoerde omstandigheden niet als bijzondere omstandigheden kunnen worden aangemerkt. Het beroep richt zich bovendien tegen een in rechte onaantastbaar geworden last onder dwangsom, zodat deze bezwaren niet meer kunnen worden meegenomen. Ook het argument van disproportionaliteit faalt, evenals het verzoek tot matiging van het dwangsombedrag, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van de last.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de invordering van het maximale dwangsombedrag van €10.000.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van dwangsommen van €10.000 wordt ongegrond verklaard.