ECLI:NL:RVS:2014:2881
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Afdeling oordeelde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) het advies zorgvuldig en inzichtelijk heeft uitgebracht en dat het oordeel van het BMA dat bij uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn ontstaat, terecht is gevolgd door de staatssecretaris.
Verder faalde het beroep van de vreemdeling dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op privéleven) werd afgewezen. De overige beroepsgronden die door de rechtbank waren beoordeeld, zijn in hoger beroep niet aan de orde gesteld. De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigde daarmee het besluit van de staatssecretaris.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.