ECLI:NL:RVS:2014:2868
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving waterkerende rand bij bouwvergunning in Alphen aan den Rijn
Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn weigerde handhavend op te treden tegen het niet aanbrengen van een waterkerende rand op een perceel waar elf woningen met parkeergelegenheid werden gebouwd. De bouwvergunning, verleend in 2009, bevatte geen voorschrift voor het aanbrengen van deze rand.
Appellant stelde dat de voorwaarde tot het aanbrengen van de waterkerende rand impliciet onderdeel was van de bouwvergunning en dat het college daarom bevoegd was tot handhaving. De rechtbank oordeelde echter dat de rand geen onderdeel uitmaakt van de vergunning en dat het niet aanbrengen daarvan geen overtreding is van de Wabo.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het college diende te beslissen op de aanvraag zoals ingediend en dat de waterkerende rand geen vergunningvoorschrift is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het college tot handhaving wordt bevestigd.