ECLI:NL:RVS:2014:2847
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing en herstelverplichting bestemmingsplan bedrijventerrein Honselersdijk
De raad van de gemeente Westland stelde op 25 juni 2013 het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Honselersdijk" vast. Diverse appellanten, waaronder drie bedrijven en bewoners, maakten bezwaar tegen onderdelen van het plan die betrekking hadden op bedrijfswoningen en milieucategorieën van toegestane bedrijven.
Appellant sub 1 wilde het recht behouden om een nieuwe bedrijfswoning op zijn perceel te bouwen, wat het plan niet toestond. De Raad oordeelde dat dit in overeenstemming is met de provinciale verordening die nieuwe bedrijfswoningen op bedrijventerreinen verbiedt. Ook het verzoek om een bredere milieucategorie toe te staan werd afgewezen vanwege de nabijheid van bestaande bedrijfswoningen en de noodzaak het woon- en leefklimaat te beschermen.
Appellant sub 2 betwistte de wijziging van de bestemming van zijn perceel van wonen naar bedrijven en de onbeperkte functieaanduiding zonder SBI-code. De Raad stelde vast dat de bestemming niet onredelijk was gewijzigd en dat het ontbreken van een SBI-code een schending van de zorgvuldigheidsplicht vormde. Tevens werd het verzoek om het parkeerterrein als zodanig te bestemmen afgewezen.
Appellant sub 3 klaagde over beperkingen in bouwmogelijkheden voor bedrijfswoningen en het schrappen van de mogelijkheid tot oprichting van een bedrijfswoning op een perceel. De Raad oordeelde dat de beperkingen redelijk waren en dat de schrapping in lijn was met provinciaal beleid, maar constateerde dat de woning op het perceel niet aan een bedrijf gekoppeld was, wat strijdig was met de planregels en zorgvuldigheid. Daarom werd het besluit gedeeltelijk vernietigd.
De Raad droeg de gemeente op binnen 26 weken de gebreken te herstellen door een passende SBI-code toe te voegen en een nieuwe planregeling voor de woning op het betreffende perceel vast te stellen. Het beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard, terwijl voor de andere appellanten herstel werd bevolen.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard; de raad wordt opgedragen binnen 26 weken gebreken in het bestemmingsplan te herstellen.