ECLI:NL:RVS:2014:2846
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag na bezwaar en beroep
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluiten van 30 augustus 2012 de voorschotten kinderopvangtoeslag van appellante voor de jaren 2008 tot en met 2011 op nihil. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit van 13 december 2012, maar handhaafde de rechtsgevolgen van dat besluit.
Appellante stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst ten onrechte de voorschotten had herzien en dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand hield. Zij voerde aan dat de kinderopvang plaatsvond op basis van schriftelijke overeenkomsten die zij pas in bezwaar had overgelegd en dat de Belastingdienst onderzoek had moeten doen naar de authenticiteit daarvan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de voorschotten, omdat controle achteraf wijziging of intrekking mogelijk maakt. De discrepanties in de overgelegde overeenkomsten, de afwijkende handtekeningen en opmaak, en het ontbreken van een verklaring voor het late overleg maakten dat de Belastingdienst terecht twijfelde aan de geldigheid van de overeenkomsten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden vonnis voor zover aangevallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag op nihil wordt bevestigd.