ECLI:NL:RVS:2014:2834
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning en oplegging bestuursdwang voor woonbootligplaats in Amsterdam
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost heeft appellant op 10 januari 2012 bevolen haar woonboot van een ligplaats aan de [locatie 2] te verwijderen en verwijderd te houden, omdat zij zonder vergunning de ligplaats innam. Tegelijkertijd werd aan een derde, belanghebbende, een vergunning verleend voor diezelfde ligplaats. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door het dagelijks bestuur afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de weigering van vergunning ongegrond, vernietigde het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk was, en oordeelde dat het dagelijks bestuur in redelijkheid had gehandeld. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het dagelijks bestuur bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang op grond van de Gemeentewet en de Verordening op het Binnenwater 2010. De weigering van de vergunning aan appellant was gerechtvaardigd vanwege de afspraken in een eerdere overeenkomst en het belang van de ordening. De vergunning aan belanghebbende was eveneens redelijk, omdat hij als eerste aanspraak had op de ligplaats in het kader van een project en geen wijziging van het bestemmingsplan nodig was.
Verder oordeelt de Raad dat er geen concreet zicht op legalisering was ten tijde van het opleggen van bestuursdwang aan appellant, ondanks dat het bestemmingsplan was vastgesteld. Het feit dat belanghebbende een vergunningaanvraag had ingediend en uiteindelijk een vergunning verkreeg, ondersteunt het rechtmatig optreden van het dagelijks bestuur. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.