ECLI:NL:RVS:2014:2824
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens ontbreken bewijs kosten en schriftelijke overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 9 november 2011 de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2009 en 2010 voor appellant herzien en vastgesteld op nihil, omdat appellant niet kon aantonen dat hij kosten had gemaakt en dat de opvang plaatsvond op basis van een schriftelijke overeenkomst zoals vereist in artikel 52 Wko Pro.
Appellant heeft in bezwaar en beroep kwitanties en bankafschriften overgelegd, maar deze werden onvoldoende geacht vanwege onregelmatigheden, ontbrekende onderbouwing en het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit in hoger beroep.
De Afdeling overwoog dat de Belastingdienst terecht uitging van het ontbreken van bewijs van daadwerkelijke kosten en een overeenkomst, en dat het enkele aantonen van gedeeltelijke betaling niet leidt tot een evenredige toekenning van toeslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag bevestigd.