ECLI:NL:RVS:2014:2812
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- S.F.M. Wortmann
- N.D.T. Pieters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onrechtmatige handhaving vakantiewoning en schuurtje
Het college van burgemeester en wethouders van Meerssen legde aan de erven een last onder dwangsom op om illegale bouwwerken op hun perceel te verwijderen, waaronder een vakantiewoning, een blokhut en een schuurtje. De erven stelden dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen de vakantiewoning en het schuurtje, omdat deze bouwwerken al aanwezig waren bij de aankoop van het perceel in 1995 en zonder vergunning waren gebouwd vóór de inwerkingtreding van het handhavingsverbod in 2007.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de erven ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders. De Raad stelde dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen bouwwerken die vóór 1 april 2007 zonder vergunning waren gebouwd, omdat de rechtszekerheid zich daartegen verzet. Het college mocht alleen optreden tegen de blokhut en de na 2009 gerealiseerde uitbreiding van de vakantiewoning.
Verder oordeelde de Raad dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de gehele vakantiewoning moest worden gesloopt in plaats van alleen de uitbreiding. De Raad vernietigde het besluit van het college en het vonnis van de voorzieningenrechter, en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen over de uitbreiding van de vakantiewoning.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de erven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het college is niet bevoegd handhavend op te treden tegen de vakantiewoning en het schuurtje, en het besluit wordt vernietigd en herroepen.