ECLI:NL:RVS:2014:2799
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling kreeg op 2 augustus 2012 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel is ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze intrekking ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat zij vanwege haar deelname aan demonstraties in Ethiopië en Nederland een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het betoog over de demonstratie in 2013 een nieuw asielmotief betrof, maar stelde vast dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat de Ethiopische autoriteiten op de hoogte zijn van haar deelname aan die demonstratie. De Raad nam daarbij het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in aanmerking.
Verder werden geen andere gronden gevonden die tot vernietiging van de uitspraak konden leiden. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.