ECLI:NL:RVS:2014:2746
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische omstandigheden
De staatssecretaris wees het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting uit te stellen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege medische omstandigheden. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelde dat het besluit een motiveringsgebrek vertoonde en gaf de staatssecretaris gelegenheid dit te herstellen. Na weigering vernietigde de rechtbank het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat het BMA-advies van december 2012 volledig was en dat het aan de vreemdeling was om relevante medische informatie te verstrekken. De rechtbank zou ten onrechte hebben geoordeeld dat de staatssecretaris nader onderzoek had moeten doen naar de psychische klachten van de vreemdeling. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het zorgleefplan geen indicatie gaf van een reeds gestarte behandeling en dat de vreemdeling pas na het bestreden besluit melding maakte van een medicamenteuze behandeling.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 19 april 2013 moet worden getoetst op de feiten en omstandigheden ten tijde van dat besluit en dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van uitstel van uitzetting wordt ongegrond verklaard.