ECLI:NL:RVS:2014:2697
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid bekering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 10 december 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat sinds de vorige procedure sprake was van een geloofsintensivering en overhandigde onder meer een doopakte, verklaringen van kerkelijke functionarissen en afdrukken van Facebookpagina's om zijn evangelisatieactiviteiten aan te tonen. De staatssecretaris betoogde dat de vreemdeling onvoldoende inzicht had gegeven in de motieven en het proces van zijn bekering, hetgeen volgens vaste gedragslijn essentieel is om geloofwaardigheid te toetsen.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zijn bekering weloverwogen en bewust was, mede gelet op het feit dat bekering in Iran strafbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar is. De verklaringen van derden en Facebookpagina's boden onvoldoende ondersteuning. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van de bekering.