ECLI:NL:RVS:2014:2674
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen duurzame relatie voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsdocument had toegewezen.
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, maar deze werd door de minister afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat onvoldoende was gemotiveerd dat er geen duurzame relatie bestond tussen de vreemdeling en de referente. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat de ex-partner van de referente weliswaar in de basisregistratie personen was ingeschreven op de adressen van de referente, maar daar niet daadwerkelijk woonde. Ook was de verklaring van de referente over deze inschrijvingen ongeloofwaardig.
De Raad van State concludeerde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat er geen deugdelijk bewezen duurzame relatie bestond, mede gelet op de tegenstrijdige en vage verklaringen van de vreemdeling en referente. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.