ECLI:NL:RVS:2014:2666
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W. Sorgdrager
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving wegens overtreding artikel 13 Wet bodembescherming door opslag PFOS-verontreinigd water
Gedeputeerde staten legden het college van dijkgraaf en hoogheemraden een last onder dwangsom op wegens het niet naleven van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming, na een incident waarbij PFOS-verontreinigd water werd opgeslagen in bassins. Het college maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en tegen het handhavingsbesluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk was omdat het college geen belang meer had bij inhoudelijke beoordeling. Ten aanzien van de overtreding van artikel 13 werd Pro vastgesteld dat het college handelingen had verricht door het langdurig opslaan van PFOS-verontreinigd water, terwijl het wist of had moeten vermoeden dat dit tot bodemverontreiniging kon leiden.
Het college voerde aan dat de opslag tijdelijk was en dat er geen milieuhygiënische bezwaren waren, maar de Raad stelde vast dat de opslagperiode van ongeveer zeven maanden en het ontbreken van afdekfolie in vier van de vijf bassins dit tegensprak. Ook het argument dat KLM en Schiphol als veroorzakers konden worden gezien, deed niet af aan de verantwoordelijkheid van het college. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk.