ECLI:NL:RVS:2014:2637
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inreisverbod na intrekking verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft tegen een vreemdeling een besluit genomen waarbij de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd ingetrokken, onmiddellijke vertrekplicht werd opgelegd en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking niet ontvankelijk, maar vernietigde het inreisverbod en herroepen dit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen het vernietigen van het inreisverbod. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 geen grondslag biedt voor het inreisverbod bij intrekking van een verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens. De Raad stelde dat de wettelijke bepalingen en de Europese Terugkeerrichtlijn juist wel een dergelijke grondslag bieden.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het inreisverbod betrof, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het inreisverbod na intrekking van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd en het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard.