ECLI:NL:RVS:2014:2610
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag voor 2012 wegens onvoldoende tegenwoordige arbeid en intrekking bijstandsuitkering
De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2012 aan appellante herzien en vastgesteld op nihil, omdat zij vóór 7 september 2012 geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid had en geen aanspraak kon maken op een arbeidsinschakelingsvoorziening. De voorzieningenrechter had dit standpunt bevestigd en het beroep van appellante gegrond verklaard voor de periode vanaf 1 oktober 2012.
Appellante voerde aan dat zij vanaf januari 2012 als zelfstandige had gewerkt en meer inkomen had genoten dan de rechtbank aannam. Zij overlegde een jaaropgave van een uitzendbureau en een aangifte vennootschapsbelasting. De Raad van State oordeelde dat het werk voor het uitzendbureau slechts een beperkt aantal uren betrof en dat de inkomsten uit zelfstandige arbeid niet bestonden. Bovendien was de Bbz-uitkering ingetrokken en teruggevorderd, waardoor zij geen aanspraak had op kinderopvangtoeslag op die grond.
Een betoog over schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel werd niet behandeld omdat het niet eerder was ingebracht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.