ECLI:NL:RVS:2014:258
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op verstrekkingen aan vreemdeling op grond van Rva 2005 en EVRM artikel 8
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees een aanvraag van een vreemdeling om verstrekkingen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van het COa, waarna het COa hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het COa op grond van de Wet COa en de Rva 2005 alleen verstrekkingen mag verlenen aan bepaalde categorieën vreemdelingen die onder de regeling vallen. De vreemdeling behoorde ten tijde van de aanvraag niet tot deze categorieën, hetgeen door hem niet werd betwist. Ook was niet gesteld dat zonder opvang een acute medische noodsituatie zou ontstaan, zodat op grond van artikel 8 EVRM Pro geen recht op verstrekkingen kon worden ontleend.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het COa zijn weigering niet deugdelijk had gemotiveerd. Het hoger beroep van het COa werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van het COa tot weigering van verstrekkingen blijft in stand.