ECLI:NL:RVS:2014:2567
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod na geweldsdelicten en beoordeling motivering staatssecretaris
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 14 mei 2013 een inreisverbod van tien jaren uit tegen een vreemdeling, naar aanleiding van diens veroordeling voor ernstige geweldsdelicten. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag het inreisverbod vernietigde wegens onvoldoende motivering.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het inreisverbod conform het Vreemdelingenbesluit 2000 was uitgevaardigd en dat de rechtbank ten onrechte een verzwaarde motiveringsplicht aan het inreisverbod verbond. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht een inreisverbod van tien jaren oplegde vanwege de ernst van de gepleegde misdrijven en dat de individuele omstandigheden onvoldoende zwaarwegend waren om het inreisverbod te verkorten.
Voorts werd geoordeeld dat de belangenafweging, waaronder het recht op familie- en gezinsleven, niet in de weg stond aan het inreisverbod. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod van tien jaren wordt ongegrond verklaard.