ECLI:NL:RVS:2014:2556
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bestemmingsplan uitbreiding bedrijfsruimte in buitengebied Maasdriel
Bij besluit van 18 april 2013 stelde de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2012' vast, waarin een uitbreiding van de bedrijfsruimte van het bedrijf aan een perceel te Hedel mogelijk werd gemaakt. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in, stellende dat de uitbreiding haar bedrijfsvoering beperkt en onvoldoende rechtszekerheid biedt over het begrip geurgevoelig object. Tevens werd aangevoerd dat een goed woon- en leefklimaat niet kan worden gegarandeerd.
De raad verweerde zich met het standpunt dat het plan geen geurgevoelig object toestaat op de uitbreiding en dat de definitie van geurgevoelig object aansluit bij de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De Afdeling bestuursrechtspraak toetste terughoudend en oordeelde dat het verbod op geurgevoelig gebruik in de planregels voldoende rechtszekerheid biedt. De uitbreiding betreft koelcellen voor opslag, niet geschikt voor langdurig verblijf.
Verder overwoog de Afdeling dat het voldoen aan de geurnormen uit de Wgv niet doorslaggevend is voor het verblijfsklimaat en dat het plan geen bouwwerken toestaat die geschikt zijn voor permanent menselijk verblijf. Het gebruik van buiten het bouwvlak gelegen gronden als rijruimte en parkeergelegenheid voor vrachtauto’s wordt voortgezet. Het beroep faalt en wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 juli 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het plan blijft van kracht.