ECLI:NL:RVS:2014:2537
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning standplaats bloemen bij winkelcentrum Stadshagen Zwolle
Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle weigerde een vergunning voor een vaste standplaats voor de verkoop van bloemen en planten bij winkelcentrum Stadshagen. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank, stelde het college een gewijzigd standplaatsenbeleid vast. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de nieuwe weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant stelde dat het college het beleid had aangepast met het oog op zijn individuele zaak, wat in strijd zou zijn met het verbod op détournement de pouvoir en dat hij onevenredig in zijn belangen was geschaad. De Afdeling oordeelde dat het gewijzigde beleid algemene beleidsregels bevatte en niet uitsluitend op appellant was gericht. Ook was onvoldoende gebleken dat appellant door de beleidswijziging in een ongunstiger positie was gekomen.
Verder betoogde appellant dat het beleid onredelijk was en dat de standplaatsenkaart onvolledig was, waardoor het college onrechtmatig had gehandeld. De Afdeling stelde vast dat het beleid een duidelijke scheiding maakt tussen markt- en winkelgebied en dat oliebollenkramen een uitzonderingspositie innemen vanwege hun tijdelijke karakter. De standplaatsenkaart geeft inzicht in beschikbare locaties en bevat overgangsrechtelijke voorzieningen voor bestaande standplaatsen.
Tot slot oordeelde de Afdeling dat het college het beleid op juiste wijze had toegepast en dat de weigering van de vergunning terecht was, omdat de gewenste locatie op het plein aan de Werkerlaan als aanloop naar het winkelcentrum geldt waar geen vaste standplaatsen zijn toegestaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.