ECLI:NL:RVS:2014:2468
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: geen asielverzoek bij uiting van angst voor terugkeer
De vreemdeling werd op 20 april 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld en kreeg een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verklaringen van de vreemdeling, waarin zij uitte dat zij niet terug wilde keren naar Marokko uit angst voor haar leven, moesten worden aangemerkt als een verzoek om internationale bescherming (asielverzoek). De rechtbank oordeelde van wel, maar de staatssecretaris stelde dat het slechts een uiting van ongenoegen was.
De Raad van State overwoog dat een wens om internationale bescherming kenbaar te maken in persoon aan autoriteiten als een asielverzoek moet worden beschouwd. Echter, in deze zaak was de verklaring van de vreemdeling niet als zodanig te kwalificeren, maar als een uiting van teleurstelling over het vertrek uit Nederland.
Daarom vernietigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.