ECLI:NL:RVS:2014:2448
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt vergoeding proceskosten na vernietiging besluit afwijzing verblijfsgerechtigd document
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, welke door de minister van Justitie op 3 september 2010 werd afgewezen. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en beval een nieuw besluit. De staatssecretaris nam op 5 juli 2013 alsnog een besluit waarin het bezwaar werd gehonoreerd, maar het verzoek om vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
De vreemdeling stelde dat het afwijzen van de kostenvergoeding onterecht was omdat het oorspronkelijke besluit was herroepen wegens een aan de staatssecretaris te wijten onrechtmatigheid, mede gebaseerd op getuigenverklaringen die tijdens de bezwaar- en beroepsfase waren verkregen. De rechtbank had echter het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard, wat door de Raad van State werd gecorrigeerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep mede gericht was tegen het besluit van 5 juli 2013 en dat de rechtbank ten onrechte niet op dit beroep had beslist. De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het de kostenvergoeding betrof en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van een vergoeding van €974 voor de kosten van het bezwaar, €487 voor de kosten van het hoger beroep en €239 griffierecht.
De uitspraak vervangt het vernietigde deel van het besluit en bevestigt dat de vreemdeling recht heeft op vergoeding van gemaakte proceskosten in verband met de behandeling van het bezwaar en hoger beroep.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit van 5 juli 2013 voor zover het de kostenvergoeding betreft en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan de vreemdeling.