ECLI:NL:RVS:2014:2444
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidie en niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken machtiging
Bij besluiten van 6 maart 2013 stelde het college de subsidie voor een asbestbodemonderzoek op nihil en wees het de aanvraag voor asbestsanering af. Tegen deze besluiten werd bezwaar gemaakt door een persoon die beweerde namens appellant op te treden, maar zonder schriftelijke machtiging. Het college verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bewijslast onjuist was verdeeld en dat de brief waarin om een machtiging werd gevraagd niet was ontvangen, waardoor het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling overwoog dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat de brief is verzonden naar het juiste adres, waarna het aan appellant is om ontvangst te betwisten met concrete feiten.
Appellant stelde algemene klachten over postbezorging, maar leverde geen concrete aanwijzingen voor problemen bij verzending rond de datum van de brief. De Afdeling concludeerde dat het college de verzending aannemelijk had gemaakt en appellant onvoldoende tegenbewijs had geleverd. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar was daarom terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.