ECLI:NL:RVS:2014:2441
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over huurtoeslag 2009 en terugvordering
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake de definitieve vaststelling van de huurtoeslag over 2009 en de terugvordering van €1.243,00 door de Belastingdienst/Toeslagen.
De Belastingdienst stelde de huurtoeslag over 2009 aanvankelijk op nihil vast omdat appellant niet in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven. Na bezwaar werd erkend dat appellant wel in Nederland verbleef, maar werd het recht op huurtoeslag alsnog ontzegd vanwege groenbeleggingen.
De rechtbank vernietigde het besluit van 27 februari 2013, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellant stelde meerdere bezwaren, onder meer tegen de toepassing van het vertrouwensbeginsel, het legaliteitsbeginsel, en de redelijke termijn, maar deze werden door de Raad van State verworpen.
De Raad oordeelde dat de Belastingdienst bevoegd was het besluit te nemen, dat het voorschot op toeslag geen recht op definitieve toekenning gaf, en dat de terugvordering conform de Awir terecht was. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen in stand liet en dat er geen schending van het recht op een eerlijk proces was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.