ECLI:NL:RVS:2014:2393
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inreisverbod en ongewenstverklaring vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 21 augustus 2007 een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af en verklaarde hem ongewenst. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures vernietigde de rechtbank Den Haag het besluit van 19 september 2012 waarin het inreisverbod werd uitgevaardigd. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep van de staatssecretaris was gegrond omdat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de vertrekplicht was opgeschort. De Afdeling stelde vast dat het terugkeerbesluit met de vertrekplicht geldig bleef en als grondslag voor het inreisverbod kon dienen.
Verder werd overwogen dat de interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet leidde tot rechtmatig verblijf van de vreemdeling, zodat geen nieuw terugkeerbesluit nodig was voor het uitvaardigen van het inreisverbod. Ook de bezwaren van de vreemdeling tegen het inreisverbod op grond van artikel 8 EVRM Pro en disproportionaliteit werden verworpen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.